CDA Leiden zet vraagtekens bij koerswijziging museum De Lakenhal

12

Het CDA in Leiden wil van wethouder Yvonne van Delft (Cultuur) weten welke gevolgen een recente koerswijziging van museum De Lakenhal heeft. Het museum wil geen dure exposities meer organiseren, maar zich in plaats daarvan richten op lokale verhalen en educatie. “Het museum heeft terecht een gevoelige snaar geraakt”, zegt CDA-fractievoorzitter Joost Bleijie in Politiek071, “maar hoe verhoudt dit zich tot de ambities die wij als gemeenteraad hebben vastgesteld?”

Bij de grote verbouwing van het museum werd afgesproken dat het museum op lange termijn zou streven naar 70.000 bezoekers per jaar, met uitschieters naar 100.000. “Als je na één blockbuster-tentoonstelling al zegt: wij stoppen met dit soort publiekstrekkers, dan wordt het heel lastig om die ambitie in de praktijk te brengen”, zegt Bleijie in een reactie op een betoog van museumdirecteur Meta Knol, die vorige week zei dat de verzekeringskosten voor grote tentoonstellingen gewoonweg te hoog zijn om de expositie betaalbaar te houden.


Presentator IJsbrand Terpstra in gesprek met CDA-fractievoorzitter Joost Bleijie

Subsidieovereenkomst
Het CDA wil in een serie van dertien vragen onder meer van de wethouder weten of er vooraf is gesproken over het stoppen met grote tentoonstellingen en of ambities van voor de verbouwing nu worden losgelaten. “Bij gemeentelijke subsidies hoort een uitvoeringsovereenkomst waarin staat wat je vindt dat de Lakenhal met het geld moet doen”, legt Bleijie uit. Hij wil van de wethouder weten of de koerswijziging van het museum effect zal hebben op de subsidie die de gemeente aan het museum verstrekt. “Ik ga er vanuit dat de wethouder het museum aan de overeenkomst houdt, want zo hebben we dat drie keer met elkaar afgesproken”, aldus de voorman van het CDA over de subsidieovereenkomst en afspraken rond de verbouwing.

Het college van burgemeester en wethouders reageert normaal gesproken binnen zes weken op schriftelijke vragen van de gemeenteraad.

Delen

12 reacties

  1. Sander Pardon

    Gevalletje voortschrijdend inzicht. Het is op die schaal niet meer op te brengen. Je holt je museum en alles en iedereen eromheen volledig uit. Wijs besluit van Knol, nogal domme reactie van CDA.

  2. Pieter Hoeberichts

    het valt mij als houder van een jaarkaart op dat erg vaak toeslagen worden berekend, soms zelfs flinke, en daarvoor heb ik die kaart niet. Verder: verzekeraars zijn goed in plukken.

  3. Ja, je had toen een D66 wethouder met grootheidswaan, eerst 17 miljoen, toen nog 3 miljoen extra. Toen had CDA beter moeten nadenken of hadden die dezelfde grootheidswaan.

    • Eric van 't Groenewout op

      Hoezo grootheidswaanzin? Leiden is een museumstad van allure. Het is absoluut geen weggegooid geld geweest als je ziet wat het aan baten (o.a. werkgelegenheid) opbrengt. Recentere cijfers dan 2016 ken ik niet, maar toen werden Leidse musea door circa 980.000 bezoekers aangedaan. Met de recente renovaties/uitbreidingen van Boerhaave, Naturalis en nu de Lakenhal, ligt het in de lijn van de verwachting dat het museumbezoek in 2019 aanzienlijk hoger ligt. De miljoenen die de gemeente heeft geïnvesteerd, zijn zeker geen weggegooid geld. Maar wat hadden de G(r)ijsmannetjes liever met dit geld willen doen? Het standaard gezeik over grootheidswaanzin als het gaat om investeringen in kunst en cultuur is inmiddels een achterhaald zeurriedeltje geworden. De Leidse musea leveren de stad veel op.
      Een stad met een rijke historie doet er goed aan die geschiedenis te koesteren. En dat doe je niet met of in ondermaatse en verouderde faciliteiten. De 20 miljoen die Leiden heeft geïnvesteerd in de restauratie en uitbreiding is – dat zal achteraf blijken – een schijntje: werken van Rembrandt enz. verdienen een zo goed mogelijk onderkomen waar iedere Leidenaar met trots kennis kan nemen van wat o.a. de Leidse schilderkunst heeft voortgebracht. Mijn enige bedenking op het standpunt van directeur Meta Knol is dat zij 1 op 1 de uitgaven legt naast de directe inkomsten. Wat meedoen aan de Rembrandt blockbuster op termijn gaat opleveren qua bekendheid, bezoekersaantallen, (inter)nationale samenwerking en hopelijk ook een hogere marktwaarde voor potentiële sponsoren, kan nu nog niet worden vastgesteld. Daarom vind ik die vragen van het CDA helemaal niet zo dom. Integendeel, zulke vragen moet je stellen.

    • Wim de Leeuw op

      Grootheidswaan??? Om eindelijk een keer een klap te geven op een discussie die al sinds 1939 werd gevoerd? Een besluit dat niet alleen ging over renovatie, maar ook over een significante uitbreiding???

  4. “hoe verhoudt dit zich tot de ambities die wij als gemeenteraad hebben vastgesteld?” vroeg Bleijie van het CDA. Leiden is een kleine stad en moet geen onrealisch grote ambities koesteren. Ambities vaststellen is uiteraard gemakkelijk en staat zo indrukwekkend, althans op papier. Structureel voldoende middelen voor belangrijke tentoonstellingen en de kosten van verzekeringen in de gemeentelijke begroting opnemen is echter iets anders. Bovendien hebben college en gemeenteraad ervoor gekozen om de stad vooral te profileren met lawaai-, zuip- en kotsfestivals voor lieden die daarvan houden, in plaats van activiteiten voor mensen met wat verfijndere voorkeuren.

  5. Een Leids burger op

    Eerder zei museumdirecteur Knol: ¨Maar wij hebben net berekend dat dat de tentoonstelling uiteindelijk 22 euro per bezoeker heeft gekost.¨ (door hoge verzekeringskosten.)
    Dan vind ik het niet zo vreemd dat men stopt met dit soort tentoonstellingen. Je kunt immers niet verwachten dat de gemeente de ontstane tekorten gaat opvullen met nog meer subsidie.

  6. Wat ik me afvraag is of dit besluit van de Lakenhal ook was genomen als ‘Rembrandt rising star’ wel een succes was geweest. In het verleden zijn er regelmatig tentoonstellingen georganiseerd die je als blockbuster zou kunnen betitelen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de tentoonstelling over Dou (2014), Lucas van Leyden (2011) en van Doesburg (2010). In het Rembrandtjaar 2006 was de Lakenhal zelfs in staat om drie verschillende Rembrandt tentoonstellingen te organiseren. Nooit was er enige wanklank over te hoge verzekeringskosten. Nu valt het een keer tegen en weet de directie niet hoe snel ze naar een andere partij moeten wijzen.

    Nu zou het natuurlijk goed kunnen dat de verzekeringskosten anno 2020 hoger liggen dan 10/15 jaar geleden. Toch vind ik het opvallend dat vrijwel niemand de vraag stelt of er bij de Lakenhal zelf geen inschattingsfouten zijn gemaakt. Zo werd Rembrandt rising star georganiseerd op een moment dat er op allerlei plaatsen in het land al Rembrandt tentoonstellingen geweest waren. Was men niet gewoon Rembrandt moe? Is het verstandig om met musea als het Mauritshuis of het Rijks te willen concurreren met vergelijkbare tentoonstellingen? Was het aantal bruiklenen, ook met oog op de kosten, niet te hoog?

    Jammer ook dat op basis van één tegenvaller min of meer besloten wordt dat de lakenhal maar weer moet vervallen tot een soort provinciaal museum zonder ambitie. Een stad die zoveel grote kunstenaars heeft voortgebracht verdient beter.

  7. Het is duidelijk dat de partij die het meeste verdient aan dit soort grote tentoonstellingen wordt gevormd door de premies van verzekeringsmaatschappijen waarmee kostbare kunstvoorwerpen tijdelijk worden geëxposeerd. Hoe goed met die verzekeraars is onderhandeld blijft onduidelijk en onbesproken. Daar zouden de museum directies in Leiden expertise voor moeten kunnen inhuren.

Op dit moment werken we hard aan de lancering van een nieuwe website. Daarom is het tot vrijdag 20 maart 17:00 niet mogelijk om te reageren op berichten. Op onze nieuwe site voorzien we uiteraard weer in de mogelijkheid om te reageren, kijk daarvoor vanaf vrijdagmiddag 17:00 op Sleutelstad.nl. Tot dan!

Over de auteur

IJsbrand Terpstra

Politiek verslaggever in de Leidse regio en presentator van Politiek071.

Je bent nu offline